|
In de loop van dit jaar moet uw zoon of dochter in vmbo-t 3 kiezen voor een sector en een vakkenpakket waarin hij/zij examen zal gaan doen. Dat is voor veel leerlingen geen gemakkelijke keus, want naast hun eigen belangstelling voor bepaalde vakken en hun capaciteiten, stellen de vervolgopleidingen ook eisen. Het is belangrijk een weloverwogen keuze te maken, want een, achteraf onjuiste, pakketkeuze kan een opleiding blokke¬ren of moeilijker bereikbaar maken.
Examenpakket
In het vmbo zijn leerlingen minder vrij om zelf te kiezen in welke vakken zij eindexamen doen. Voor een deel wordt het examenpakket bepaald door de leerweg en de sector die een leerling volgt. Uiteindelijk doet een leerling eindexamen in zeven of acht vakken. Dit examenpakket bestaat uit:
Een gemeenschappelijk deel:
Dit zijn vakken die alle leerlingen moeten volgen; Nederlands, Engels en maatschappijleer.
Een sectordeel:
Dit zijn twee vakken die door de sector worden bepaald en die een zinvolle combinatie van vakken vormen voor doorstroming naar het mbo.
In de sector Techniek liggen die twee vakken vast. In de andere sectoren kunnen leerlingen naast een verplicht vak een keuze maken uit andere sectorvakken.
In het schema hieronder ziet u wat de sectorvakken zijn. De vetgedrukte woorden geven de verplichte sectorvakken aan.
| Techniek |
Zorg & welzijn |
Economie |
Natuur * |
wiskunde nask-1 |
biologie geschiedenis òf aardrijkskunde òf wiskunde |
economie Frans òf Duits òf wiskunde |
wiskunde biologie òf nask-1 |
| * De sector Natuur wordt ook wel Landbouw genoemd. |
Een vrij deel:
Ten slotte heeft het examenpakket een vrij deel. Twee of drie vakken die de leerling kan kiezen uit: Frans, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, nask-1, nask-2, handvaardigheid, economie en wiskunde.
Enkele opmerkingen:
- Nask-1 mag alleen gekozen worden in combinatie met wiskunde.
- Een leerling kan in klas 4 alleen examen doen in vakken die hij of zij ook in klas 3 heeft gevolgd.
Het is aan te raden ook vakken te kiezen die niet zo vaak of nooit geëist worden, maar die van belang zijn voor de algemene ontwikkeling. Niet alleen voor de leerlingen zelf, maar ook omdat op de vervolgopleidingen en in de latere beroepsomgeving algemene ontwikkeling steeds belangrijker gevonden wordt.
Er bestaat de mogelijkheid een extra, achtste, vak te kiezen. Daaraan zijn wel enige voorwaarden verbonden: de leerlingen moeten voor dit gekozen, extra vak, een voldoende staan. Daarnaast moeten leerlingen gemotiveerd zijn, zij moeten de capaciteiten voor een extra vak hebben en het moet roostertechnisch mogelijk zijn.
Vervolgopleiding
Op dit moment is nog niet voor elke leerling duidelijk welke weg naar een beroepsopleiding zal leiden, via de havo of via het mbo. Voor de overstap naar de havo wordt een aantal eisen gesteld aan het examenpakket. Er wordt een vmbo-t-diploma geëist, met daarin:
- wiskunde en een tweede moderne vreemde taal (voor het profiel CM, EM)
- of: Frans en Duits (voor profiel CM)
- of: wiskunde en nask-1 en nask-2 (voor het profiel EM, NG, NT)
- of: wiskunde en nask-2 (voor het profiel NG, EM)
- of: wiskunde (voor het profiel EM)
De eisen voor de mbo-opleidingen worden bepaald door de sector waartoe de opleiding hoort. Sectoren met voorbeelden van opleidingen die veel door onze leerlingen worden gekozen staan hieronder vermeld:
Techniek:
technische informatica, bouwkunde, motorvoertuigentechniek,
theatertechniek, grafisch lyceum.
Zorg en Welzijn:
verpleging, uiterlijke verzorging, kapper,
sport, kunst en cultuur,
Sociaal Pedagogisch Werk.
Economie:
hotelschool, administratie,
secretariaat, handel en toerisme.
Landbouw:
paardensport, dierverzorging,
bloemen- en plantenteelt.
Bij doorstroming naar het mbo in een verwante sector, wordt een diploma vmbo geëist. Wanneer men een opleiding wil gaan doen in een niet-verwante sector, kan naast een vmbo-diploma een sectorvak geëist worden. Wanneer? Bij de overstap van vmbo sector Z&W en EC naar mbo sector TE. Of van vmbo sector Z&W naar mbo sector EC.
De sector- en vakkenpakketkeuze worden begeleid door de decaan. Deze geeft aan de leerlingen in klas 3 informatie over mogelijkheden voor vervolgonderwijs na het vmbo en de eisen die deze scholen stellen aan de samenstelling van het vakkenpakket.
De leerlingen hebben de afgelopen maanden al aandacht besteed aan studie- en beroepskeuze. In het najaar zijn decaanlessen gegeven. Er wordt een interessetest gemaakt en er volgt nog de mogelijkheid een gesprek te voeren met een beroepskeuzemedewerker. Van dat gesprek krijgen de leerlingen een verslag mee.
Van 29 maart t/m 1 april gaan de leerlingen uit vmbo-t 3 op stage als onderdeel van hun sectorwerkstuk. De leerlingen gaan vier dagen stage lopen in een bedrijf, dat bij voorkeur aansluit bij hun beroepswens. De komende maanden zullen bij het vak Nederlands lessen over het afnemen van een interview en het schrijven van het sectorwerkstuk en stageverslag worden gegeven.
Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de schooldecaan.
K. Bijenhof,
decaan vmbo-t.
|