|
Oorsprong
In het schooljaar 2006-2007 begonnen we op het Hermann Wesselink College in de eerste klassen van de havo en het vwo een pilot in een nieuw type onderwijs in de moderne vreemde talen. Deze pilot was gebaseerd op het Europese TaBaSco programma ter bevordering van de verwerving van moderne vreemde talen in Europa. TaBaSco staat voor Task Based School organisation for the acquisition of languages. Inmiddels is deze pilot uitgegroeid tot wat we op het Hermann Wesselink College TGTO noemen: taakgestuurd talenonderwijs.
Over het geheel genomen kan gesteld worden dat Engels bijna volledig in de vorm van taken gegeven wordt, terwijl in de onderbouw bij Frans en Duits gewerkt wordt met een lesboek in combinatie met taken. Graag leggen wij u uit wat u zich voor moet stellen bij taakgestuurd talenonderwijs, zoals dat bij Engels wordt gegeven.
Principes
Wij gaan in ons taakgestuurd talenonderwijs uit van de volgende principes:
Je leert een taal door er iets mee te doen en óm er iets mee te doen, namelijk communiceren. In de onderbouw ligt in ons onderwijs dan ook een relatief grote nadruk op spreken. Hiermee benader je immers het meest hoe een mens op een natuurlijke manier taal leert. Vloeiend gebruik van een taal komt niet voort uit het kennen van alle taalregels. Je moet vooral veel met de taal doen.
Van communicatie naar nauwkeurigheid.
Naarmate je vloeiender bent, ga je adequater met taalregels om. Niet voor niets begrijpen veel mensen taalregels en complexere grammatica vaak pas echt goed als ze de taal al vloeiend spreken. Dan vallen alle regels opeens in vruchtbare aarde. We beginnen dus in de eerste klassen met een nadruk op communicatie en nemen leerlingen geleidelijk mee naar het niveau waar we een grotere correctheid verwachten bij het gebruik van de taal. Grammatica komt natuurlijk aan de orde, maar niet als doel op zich.
Je leert de taal die je nodig hebt.
Het best leer je taal als je wel moet, als het echt niet anders kan omdat je je domweg moet zien te redden op dat moment. We proberen onze taken daarom zo echt mogelijk te maken. Taal die je echt nodig hebt, beklijft beter. Leerlingen gaan in het Engels boodschappen doen in de supermarkt, bijvoorbeeld, of stellen hun docenten aan de ouders voor in een live presentatie. Derdeklassers solliciteren op een echte baan in Engeland, en moeten een "echt" sollicitatiegesprek voeren. Het is hierin belangrijk dat er voor de leerling binnen de taak ook iets te kiezen is ( zoals de boodschappen, of de vorm van de presentatie, of de baan), want wie wat te kiezen heeft, is gemotiveerder.
De leerling wordt beoordeeld op wat hij kan, tijdens de finale, de eindproef. Dit betekent dat er meer nodig is dan kennis: de kennis moet ook toegepast kunnen worden.
Samenwerken en leren leren
Een ander belangrijk aspect van ons talenonderwijs is dat leerlingen regelmatig samenwerken met elkaar in groepen. Leerlingen doen dit graag (ook al is het niet altijd gemakkelijk) en leren van elkaar. Niet alleen op het gebied van taal, maar ook op het gebied van allerlei andere essentiële vaardigheden. We proberen ze aan het denken te zetten. Hoe werk je dan goed samen? Hoe presenteer je eigenlijk iets? Waaraan moet de informatiefilm die je maakt volgens jou eigenlijk voldoen? Door vooraf en achteraf dit soort vragen te beantwoorden, leren leerlingen meer dan taal alleen. Het maakt dat leerlingen focussen op hun taak en zelfstandig aan de slag gaan.
|